De inspiratiebron van Aline Verstraten is steeds haar directe alledaagse omgeving. De menselijke figuren die ze afbeeldt, zijn de mensen met wie ze de meest intieme relaties heeft: ofwel haar jongere zus, ofwel haar vriend. Het zijn echter nooit portretten, aangezien ze hen eerder inzet als figuranten. Deze gecreëerde psychologische afstand in combinatie met een bevreemdende ruimte- en lichtwerking, zorgt ervoor dat ze haar eigen alledaagse omgeving kan loskoppelen van zichzelf. Op deze manier is het een parallelle alledaagse wereld op drift, waarin de sfeer altijd een onderhuidse en subtiele spanning (unheimlichkeit) weergeeft. Er zit altijd wel een steentje in de schoen. Door haar alledaagse omgeving los te koppelen van zichzelf, krijgt de inhoud van het beeld bovendien een grotere openheid, waardoor de toeschouwer meer toegang krijgt. Deze mogelijke toegang wordt versterkt door het kleine formaat van mijn werken. Hierdoor moet de kijker dichter naderen om te zien wat er is afgebeeld. Wanneer hij of zij echter vlak voor het werk staat, is het duidelijk dat de toegang deels ontzegd wordt: de afgebeelde figuur wendt de blik af of keert zelfs de rug naar de toeschouwer, het perspectief werkt bevreemdend, de kleuren en het licht leggen een subtiel ondoordringbare filter over het geheel. Zowel de inhoud als de vorm van de werken zorgen dus voor een voortdurende dans tussen aantrekken en terugtrekken, tussen openheid en geslotenheid, tussen intimiteit en bevreemding.